Misschien wordt er wel nergens zo instrumenteel gewerkt als in een school. Door de kinderen, maar ook zeker door het team. Er is altijd wel iets dat nu gebeuren moet. Voordat de kinderen binnenkomen, zorg je dat alles in orde is. Als ze aan het werk zijn, wordt er actie van je gevraagd. Als ze weer naar huis zijn, ben je aan het afronden en weer aan het voorbereiden voor de volgende dag. En zo vliegen de weken voorbij. Er is weinig rust. Er is altijd actie.
Het komt je vast bekend voor. Je bent steeds bezig. Je zult het ook horen zeggen: “Ik kom zo bij je, ik moet eerst nog even dit doen.” En je vertelt elkaar hoe druk je bent. Hoeveel werk er nog ligt. Je zou het maar wat ongemakkelijk vinden als je tegen de ander zouden moeten zeggen dat je het eigenlijk best rustig hebt.
Met zijn allen verlenen we een soort status aan dat harde werken, dat altijd maar bezig zijn. Het geeft aan dat je van betekenis bent, dat je niet gemist kunt worden. We hechten waarde aan vita activa; het in de doe-stand staan.
De oude Grieken keken daar heel anders tegenaan. Zij vonden juist vita contemplativa belangrijk. Rust nemen om het goede, het ware en het schone te ontdekken. Vertragen om te verdiepen. Een pas op de plaats maken en je losmaken uit het handelen. En dan ontdekken wat nu eigenlijk de waarde is van dat handelen.
Als we in een organisatie tegen dingen aanlopen die niet lekker lopen, dan zijn we geneigd om daar mee om te gaan zoals we ook werken. We lossen het het liefst zo snel mogelijk op. We gaan op een oppervlakkige manier met onze problemen om. We hebben een soort instrumenteel ongeduld. We willen snel verder. Tijd is geld. En niet onbelangrijk: we gaan conflicten liever uit de weg.
Door die houding repareren we onze problemen met een snel gevormde nieuwe werkwijze of een andere werkvorm. We gaan weer aan de slag om uit te proberen of het werkt, maar na een tijdje zijn we gefrustreerd omdat het niet gelukt is of omdat we opnieuw tegen dezelfde problemen aanlopen.
Als we bereid zijn om tijd en ruimte te nemen voor onze problemen, dan zullen we ontdekken dat het instrumentele ons steeds in de weg heeft gestaan om tot goed werk te komen. Zijn we bereid om in gesprek te gaan en meningen langs elkaar te laten schuren, dan zullen we onze waarden leren bepalen. We leren elkaars waarden en verschillen kennen en waarderen. Dat creëert saamhorigheid. En saamhorigheid is nodig voor duurzame oplossingen voor problemen op de werkvloer.
Waar een duurzame verandering om vraagt, is een langzamere manier van denken. Het vraagt om ruimte voor reflectie. Het vraagt erom elkaar uit te nodigen voor andere gesprekken. Gesprekken die onderzoekend zijn; waarin de juiste vragen gesteld worden. Gesprekken die voor herkenning en verbinding zorgen. Die ons over de kwestie laten nadenken vanuit een heel andere invalshoek.
Daarvoor kunnen we gebruik maken van socratische gespreksvormen. Deze vormen geven handvatten voor diepgaande, onderzoekende gesprekken.
Zo kunnen we het gesprek aangaan als een dialoog (dialectica). Een dialoog is niet zomaar een gesprek, maar heeft als doel te ontdekken wie ‘wij’ zijn en wat ‘wij’ te doen hebben. Een gezamenlijk onderzoek dus, waar samen denken voorop staat.
We kunnen het gesprek ook richten op het aanspreken van de ander (retorica). Het doel is dan om, door middel van goede argumenten en voorbeelden, een visie te delen. Zo stimuleren we de ander hetzelfde te doen. In een goed georganiseerde vorm komt iedereen aan bod. Dus niet alleen degene met de luidste stem.
Ondersteunde manieren om tot een gesprek te komen, horen bij de grammatica: woorden die werken. Door voorafgaand aan het spreken eerst goed te onderzoeken en op te schrijven wat er is en hoe het is, kunnen we proberen zo overtuigend mogelijk te spreken.
Tot slot kunnen we ons richten op de ethica: hoe komen we het beste terecht en wat betekent dat in relatie tot anderen? Een gesprek dat eigenlijk gaat over meesterschap en dat in die zin ook mooi als afsluiting kan dienen. We brengen ermee in kaart hoe we willen werken en hoe we dat ook in stand gaan houden.
Zo bouwen we, na langzaam, samen denken, aan een nieuwe manier van werken; goed doordacht en duurzaam.

